“Ik heb nog nooit een zelfstandig tekstschrijver meegemaakt zonder baan ernaast” Toen ik begon als tekstschrijver kreeg ik het gratis meegeleverd: twijfel van anderen. “Ik heb nog nooit een zelfstandig tekstschrijver meegemaakt die er geen baantje naast had.” Auw.
Natuurlijk was het niet gemeen bedoeld. Het was gewoon een constatering. Alsof iemand zegt: “Ik heb nog nooit een beer zien fietsen.” Het zegt meer over hun wereld dan over de mijne, maar toch. De uitspraak nestelde zich. Het fluisterde: zie je wel? Dit is geen echte carrière.
Ik begon niet met een vangnet. Geen veilige halve dagen in loondienst. Geen back-upplan voor als het “niet zou lukken”. Ik begon met de overtuiging dat woorden waarde hebben. Dat bedrijven verhalen nodig hebben. En… dat ik ze die kon bieden. En ja, in het begin was het zoeken. Naar klanten, naar mijn prijs én naar erkenning. Dat laatste misschien nog wel het meest.
“Maar je bent toch maar alleen?”
Dat ‘maar’ hè. Dat zit er heel vaak tussen. Maar alleen. Maar zzp’er. Maar freelancer. Alsof alleen synoniem is voor klein. Alsof je pas meetelt als er minstens drie mensen op de loonlijst staan en iemand “HR” heet.
Wat mensen vaak niet zien: alleen is ook wendbaar. Alleen is snel schakelen. Alleen is geen vergaderingen over vergaderingen. Alleen is beslissen in minuten waar anderen weken voor nodig hebben. Alleen is verantwoordelijkheid dragen, volledig, en daar ’s nachts soms wakker van liggen. Maar ook ’s ochtends opstaan met het idee: dit is van mij.
En ja, alleen is soms ook eenzaam. Als een voorstel wordt afgewezen. Als een factuur te laat wordt betaald. Als je twijfelt of je het nog steeds wel goed genoeg doet. Maar alleen is ook trots. Als een klant terugkomt. Als iemand zegt: “Dit stuk is zó raak.” Als je agenda voller is dan je ooit had durven dromen.
De zoektocht naar erkenning (spoiler: hij stopt nooit helemaal)
In het begin wilde ik vooral serieus genomen worden. Niet als “dat meisje dat leuk kan schrijven”, maar als professional. Als ondernemer. Als iemand met een visie, een strategie en, jawel, een omzet. Ik dacht dat erkenning zou komen als ik groot genoeg was. Als mijn klanten indrukwekkend genoeg waren. Als mijn LinkedIn-profiel genoeg glansde.
Maar erkenning blijkt geen eindstation. Het is een spier. Je moet ’m trainen. Dat doe je door je prijs te verhogen terwijl je handen een beetje zweten. Door “nee” te zeggen tegen klussen die niet passen. Door niet te lachen om het woord “bedrijfje”, maar rustig te zeggen: “Mijn bedrijf loopt goed, dank je.” Dat laatste voelt nog steeds rebels. Alsof ik opschep. Terwijl ik gewoon de waarheid spreek.
Waar ik nu sta
Dus waar sta ik nu? Ik ben nog steeds ‘maar alleen’. Geen eigen kantoorpand, maar een gezellige ruimte in een geweldig bedrijfsverzamelgebouw. Geen teamuitjes. Geen kerstpakket van mezelf (oké, soms wel, maar cadeautjes aan jezelf tellen niet 😉).
Wat ik wél heb:
- Een goedlopend bedrijf.
- Klanten die blijven.
- Werk waar ik trots op ben.
- Een agenda die niet vraagt om een ‘baantje ernaast’.
En misschien nog wel belangrijker: ik heb het zelfvertrouwen om niet meer te stil te vallen als iemand “bedrijfje” zegt.
Ik ben geen bijbaan. Ik ben geen tussenfase. Ik ben geen hobby met een btw-nummer.
Ik ben ondernemer. Alleen. En dat is precies groot genoeg.