Er was een tijd dat ik dacht dat “ouder worden” iets was voor andere mensen. En toen betrapte ik mezelf erop dat ik een app verwijderde omdat ik “even niet snapte waar ik moest klikken”. Dat was het moment. De app en mijn oprechte woede richting een interface die vermoedelijk ontworpen is door iemand die in 2001 is geboren en nog nooit een cd heeft gebrand. Welkom in de levensfase waarin je officieel niet oud bent, maar wel oud genoeg om zinnen te zeggen als: ”Waarom moet alles tegenwoordig met een swipe?”

oud en jong op de werkvloerSamenwerken met jongere collega’s: leerzaam, confronterend en goed voor je karakter
Samenwerken met een jongere generatie is een bijzondere ervaring. Een beetje alsof je op vakantie gaat naar een land waar je de taal nét niet spreekt, maar iedereen wel heel vriendelijk is.

Daar waar ik nog rustig een vergadering voorbereid met een document, een mapje en een plan B, gooien zij drie ideeën in een groepschat, maken een gedeeld bord aan, starten een pilot en hebben tussendoor waarschijnlijk ook nog een video gemonteerd. En dat alles voor de lunch. Jongere collega’s hebben, zoals ik ernaar kijk, vaak iets verfrissends. Ze kijken anders. Minder belast door hoe het “altijd ging”. Minder onder de indruk van hiërarchie. Minder geneigd om eindeloos te polderen over iets dat ook gewoon geprobeerd kan worden.

Ervaring is ook gewoon een sexy woord voor: ik heb dit drama al eens gezien
Ouder worden op de werkvloer heeft echter ook zo z’n charme. Ervaren mensen herkennen patronen. Niet omdat ze saai zijn, maar omdat ze al een paar keer met hun volle enthousiasme tegen dezelfde muur zijn aangelopen. Ze weten dat niet elk briljant idee uitvoerbaar is. Dat niet ieder spoedje echt spoed heeft. En dat een “kleine aanpassing” in de praktijk vaak drie afdelingen, twee systemen en iemands bloeddruk raakt.

Dat is geen negativiteit. Dat is littekenwijsheid. De jongere generatie brengt snelheid, lef en nieuwe perspectieven. De oudere generatie zou star zijn. De jongere generatie verwend. De één te digitaal, de ander te voorzichtig. De één wil feedback, de ander wil gewoon even door. Het probleem is echter zelden leeftijd. Het probleem is aannames. Omdat we denken dat jong automatisch onervaren betekent. Of ouder automatisch vastgeroest.

Er zit trouwens ook iets komisch in de rolverdeling die vanzelf ontstaat. Alsof iedere generatie z’n eigen stereotype toolkit meekrijgt. De jongere collega is degene die moeiteloos een nieuwe tool omarmt, een frisse campagne bedenkt en terloops uitlegt wat “main character energy” is. De oudere collega is degene die een lastige klant kalmeert, tussen drie regels door leest wat er écht speelt en weet dat “we moeten hier nog even over sparren” meestal betekent dat iemand een ingewikkeld bezwaar vriendelijk probeert te verpakken. En laten we eerlijk zijn: we hebben elkaar daar keihard bij nodig. Want zonder jonge mensen zouden we soms blijven hangen in overleg, nuance en documenten van negen pagina’s. Zonder oudere mensen zouden we af en toe juichend van een creatieve klif springen omdat iets op een moodboard heel haalbaar leek.

Ouder worden is geen achteruitgang, maar een ander soort spierkracht
Misschien is het eerlijke verhaal over ouder worden op de werkvloer: dat je niet minder relevant wordt; je wordt anders relevant. Je hoeft niet overal voorop te lopen om van waarde te zijn. Je hoeft niet elke trend als eerste te begrijpen om van betekenis te blijven. Soms ben jij degene die overzicht houdt. Soms ben jij degene die door de ruis heen prikt. Soms ben jij degene die zegt: leuk idee, maar hebben we hier ook al nagedacht over de uitvoering, de mensen, de planning en het feit dat Kees volgende week met pensioen is? En andersom geldt precies hetzelfde. Jongere collega’s zijn niet “de toekomst” alsof ze nu nog in de wachtkamer zitten. Ze zijn er al. Met hun ideeën, energie, digitale vanzelfsprekendheid en hun gezonde gebrek aan ontzag voor oude systemen die al jaren piepen en kraken.

Eind goed, generatie goed
Iedere generatie brengt iets onmisbaars mee. Samen maken we iets dat geen enkele generatie in haar eentje voor elkaar krijgt. Dat is geen zoetsappige conclusie. Dat is gewoon waar. En nu excuseer ik me even. Ik moet mijn leesbril zoeken. Die ligt waarschijnlijk naast mijn telefoon. Waarmee ik straks een voice note ga sturen, omdat ik óók met mijn tijd meega (min of meer)….