Ik had ooit een heel naïef beeld van moederschap. Ik dacht: je krijgt kinderen, je zorgt dat ze leren lopen, praten, fietsen, hun jas ophangen (dat laatste is overigens bij niemand echt gelukt) en dan, op een dag, zijn ze groot. Dan raken ze hun sleutels niet meer kwijt, eten ze uit zichzelf iets met groenten en hoef jij niet meer wakker te liggen omdat iemand nog niet thuis is.

ik slaap slechtHahaha. Wat was ik schattig. Mijn kinderen zijn inmiddels 35, 29 en 26. Volwassen mensen dus. Met banen, meningen, bankpassen, wachtwoorden die ik niet ken en levens waar ik nog maar voor een klein deel toegang toe krijg. Ze kunnen stemmen. Hypotheken afsluiten. Naar de andere kant van de wereld vliegen zonder mij om toestemming te vragen.

26
Mijn jongste zoon woont nog thuis. En zodra hij zegt: “Ik ben vanavond laat thuis,” verandert er iets in mij. Dan schuift er ergens diep vanbinnen een soort prehistorische moederknop om. Mijn verstand zegt: ontspan, mens, hij is zesentwintig. Mijn lijf zegt: pak de verrekijker, start de radar en ga rechtop in bed zitten luisteren naar denkbeeldige ambulances in de verte.

Hij is 26. Zes-en-twintig… Een leeftijd waarop andere mensen huizen kopen, kinderen krijgen, bedrijven starten en in sommige landen president worden. Maar als hij ’s avonds de deur uitgaat, zie ik nog steeds dat kleine jongetje met zijn jas half dicht, één schoen goed gestrikt en die blik van: komt goed, mam.

Nou, daar begint het probleem dus al. “Komt goed, mam” is geen informatie. Dat is een belediging voor mijn moederlijk controlesysteem. Waar ga je heen? Met wie? Hoe laat ben je thuis? Ga je met de auto? Is je telefoon opgeladen? Heb je je sleutel? Heb je een jas aan? Ik stel die vragen niet allemaal hardop, natuurlijk. Ik ben modern. Loslatend. Een moeder van deze tijd.

Dus ik zeg alleen: “Veel plezier.” En daarna app ik om 00.17 uur: Ben je er al? Niet omdat ik controle wil, hoor. Nee nee. Ik ben gewoon geïnteresseerd in zijn welzijn. En in mijn eigen hartslag. Als er dan twee blauwe vinkjes verschijnen zonder antwoord, ga ik een heel traject in. Eerst kalmte. Dan lichte irritatie. Dan bezorgdheid. Dan het doornemen van alle mogelijke rampscenario’s, variërend van “telefoon leeg” tot “hij ligt in een greppel en niemand weet dat hij een moeder heeft die uitstekend kan panikeren.”

Wikipedia in boxershorts
Mijn man (als hij al wakker is, wat zelden het geval is, want vaders beschikken over een jaloersmakend soort oervertrouwen) zegt dan iets als: “Hij is volwassen.” Ja. Dank je. Dat was ik even vergeten. Gelukkig heb ik jou, Wikipedia in boxershorts. Natuurlijk weet ik dat ze volwassen zijn. Mijn kinderen zijn prachtige, zelfstandige mensen. Ze kunnen meer dan ik vaak wil toegeven. Ze regelen dingen, lossen dingen op, maken keuzes en leven hun leven. Precies zoals het hoort.

Moederschap kent geen einddatum. Was het maar zo. In plaats daarvan blijf je moeder. Ook als ze langer zijn dan jij. Ook als ze zelf weten hoe een wasmachine werkt. Ook als ze zinnen zeggen als: “Mam, ik red me wel.” Dat weet ik. Echt. Maar mijn moedergevoel heeft geen boodschap aan feiten. Mijn moedergevoel is de dramatische variant van mij, die midden in de nacht op de rand van mijn bed komt zitten en fluistert: Stel dat… 

En daar ga ik dan. Ik lig in bed. Mijn ogen dicht. Mijn oren open. Elk geluid wordt geanalyseerd. Auto in de straat? Zou kunnen. Sleutel in het slot? Nee, dat was de verwarming. Of een inbreker. Of de kat van de buren. Hebben de buren een kat dan? Geen idee, maar vannacht wel. Ondertussen probeer ik mezelf streng toe te spreken. “Je moet loslaten.” Het gekke is: ik wíl ook dat ze vrij zijn. Natuurlijk wil ik dat. Ik wil dat ze avonturen beleven, fouten maken, liefhebben, vallen, opstaan, verdwalen en zichzelf weer vinden. Maar graag wel met locatie aan. Is dat te veel gevraagd?

Ik vertrouw je volledig
Mijn kinderen lachen erom. Ze kennen me. Ze weten dat mijn liefde soms verpakt zit in vragen waar ze niet op zitten te wachten. Dat mijn bezorgdheid vaak klinkt als bemoeienis, maar eigenlijk gewoon liefde is met een slechte nachtrust. En eerlijk? Ik kan er zelf ook wel om lachen. Overdag dan, he?  Midden in de nacht ben ik minder grappig. Dus ja, ik slaap slecht. En dat is de schuld van mijn kinderen. Niet omdat ze iets verkeerd doen. Integendeel. Ze doen precies wat ze moeten doen: groot worden, hun eigen leven leiden, de deur uitgaan zonder mij voortdurend gerust te stellen. En mocht mijn jongste dit lezen: lieverd, ik vertrouw je volledig. Maar stuur even een appje als je thuis bent.