Let op: deze blog gaat over seksueel geweld, partnergeweld en femicide.

Soms lees je de krant en voel je je koffie schiften. Niet omdat je melk over de datum was. Niet omdat de wereld weer eens een tikje ongemakkelijk bleek. Maar omdat je ogen over woorden glijden die je eigenlijk niet in 2026 zou moeten lezen. Niet in een land waar meisjes leren dat ze later alles kunnen worden. Niet in een land waar vrouwen stemmen, werken, studeren, leiden, liefhebben en belasting betalen alsof het een olympische sport is.

En toch. Vrouwen. Door hun partner bedwelmd. Verkracht. Gefilmd. Gedeeld. Schrijf het maar voluit. Niet: “misbruikbeelden”. Niet: “slaapcontent”. Niet: “pikante filmpjes”. Dit is geweld. Dit is verkrachting. Dit is macht die zich voordoet als verlangen. Dit is haat met een camera in de hand.

Boos
En ik ben boos. Boos op de mannen die dit doen. Boos op de mannen die kijken. Boos op de mannen die lachen in chatgroepen, tips uitwisselen, doseringen bespreken, elkaars walging voeden alsof het een hobbyclubje voor modeltreinen is. Alleen ontsporen hier geen locomotiefjes, maar levens. Boos ook op het gemak waarmee de samenleving telkens weer schrikt alsof we dit patroon niet allang kennen. Alsof Gisèle Pélicot een nachtmerrie was die netjes bij Frankrijk hoorde. Een buitenlands drama, met Franse rechtbankmuren en Franse accenten en Franse gruwel, zodat wij daarna konden zeggen: mon Dieu, wat verschrikkelijk. En vervolgens de vaatwasser uitruimen.

femicideMaar de werkelijkheid? Dit is niet ver weg. Dit kruipt door servers, slaapkamers, relaties, telefoons, besloten groepen en open websites. Nederland dus. Ons aangeharkte postzegellandje. Waar de gordijnen om zes uur dichtgaan, de fietsen keurig in het rek staan en we elkaar op verjaardagen nog steeds vragen of we “een beetje druk zijn”. Druk met overleven, blijkbaar. Want vrouwen moeten nog steeds rekenen. Niet rekenen met cijfers, maar met risico. Welke route neem ik? Wie app ik als ik thuis ben? Drink ik dit glas nog op? Zet ik mijn locatie aan? Doe ik vriendelijk genoeg om hem niet boos te maken, maar niet zó vriendelijk dat hij denkt dat hij recht heeft op meer? En ondertussen noemen we vrouwen vrij. Vrij om naar huis te fietsen, tot de nacht een plaats delict wordt. Vrij om uit te gaan, tot veiligheid ineens afhangt van wie er naast je loopt. Vrij om lief te hebben, tot je partner je vijand blijkt. Vrij om te slapen, tot zelfs slaap geen veilige plek meer is.

Femicide
Volgens CBS-cijfers uit 2025 werden in de afgelopen vijf jaar jaarlijks gemiddeld 43 vrouwen in Nederland het slachtoffer van moord of doodslag. Dat is één vermoorde vrouw per acht dagen. Bij ongeveer de helft was een partner of ex-partner de (vermoedelijke) dader. Dat is geen incident. Dat is geen pech. Dat is geen “foute man uitgekozen”, alsof vrouwen bij de liefde voortaan ook een bouwkundige keuring moeten aanvragen. Dit is femicide. Dit is structureel geweld tegen vrouwen. En structureel betekent: het zit niet alleen in daders. Het zit ook in systemen die te laat reageren, in omstanders die wegkijken, in opvoeding die jongens leert dat grenzen onderhandelbaar zijn, in porno die vernedering verkoopt als spanning, in politiek die pas beweegt als de woede trending is.

En ja, daar komt hij hoor, de vermoeide klassieker: niet alle mannen. Natuurlijk niet alle mannen. Maar wel te veel vrouwen. Te veel vrouwen die iets hebben meegemaakt. Te veel vrouwen die hun sleutelbos kennen als verdedigingsmiddel. Te veel vrouwen die hun verhaal inslikken omdat ze geen zin hebben in het kruisverhoor dat daarna komt. Had je gedronken? Waarom ging je mee? Waarom bleef je? Waarom zei je niet eerder iets?

Het is gedrag
Alsof schaamte bij het slachtoffer hoort. Alsof mannengeweld een natuurverschijnsel is Maar mannengeweld is geen storm. Het is gedrag. Aangeleerd, aangemoedigd, vergoelijkt, gedeeld of weggelachen. En wat aangeleerd wordt, kan ook worden afgeleerd. Maar dan moeten we ophouden met vrouwen veiligheidstips geven alsof zij de oorzaak zijn van het gevaar. We keren dit niet door meisjes weerbaarder te maken terwijl jongens onaangeroerd blijven.

We keren dit door jongens en mannen vanaf dag één te leren dat consent geen romantische hindernisbaan is. Dat een slapend lichaam geen uitnodiging is. Dat dronken geen ja betekent. Dat stilte geen toestemming is. Dat liefde zonder respect geen liefde is, maar bezit met een strik erom. We keren dit door scholen relationele en seksuele vorming serieus te laten nemen. Niet als gênant lesuur met banaan en condoom, maar als levensles over macht, grenzen, empathie en verantwoordelijkheid. We keren dit door politie, justitie en hulpverlening te trainen op dwingende controle, stalking, partnergeweld en digitale seksuele uitbuiting. Door signalen niet pas serieus te nemen als er een lichaam ligt. We keren dit door platforms aansprakelijk te houden. Haal die troep offline. Vervolg uploaders. Volg kijkers waar mogelijk. Sluit de digitale steegjes waar daders elkaar vinden en elkaar moed inspreken om onmenselijk te zijn.

We keren dit door mannen niet alleen bondgenoot te laten zijn als het makkelijk is. Niet alleen een zwart vlakje posten. Niet alleen “sterkte voor alle vrouwen” typen en daarna in de groepsapp zwijgen als iemand een verkrachtingsgrap maakt. En misschien begint het ook wel kleiner dan we denken. Aan keukentafels. In klaslokalen. Op sportvelden. In appgroepen. In vaders die niet lachen om “zo zijn jongens nou eenmaal”. In moeders die hun zoons niet leren dat meisjes verantwoordelijk zijn voor hun fatsoen. In mannen die zeggen: gast, hou op. Niet morgen. Niet als er vrouwen bij zijn. Gewoon nu.

Zachtheid is geen zwakte
Ik denk de laatste tijd veel aan de toekomst. Aan mijn tweejarige kleinzoon, die nog met open mond naar vuilniswagens kijkt en voor wie een plas water voorlopig het hoogst haalbare avontuur is. Hij weet nog niets van macht, schaamte, angst of groepsdruk. Hij weet alleen dat de wereld groot is, dat schoenen soms verkeerd om kunnen en dat zijn knuffel Takkie dringend mee moet naar plekken waar Takkies officieel niets te zoeken hebben. En juist daarom denk ik: laat hem een jongen blijven die leert dat zachtheid geen zwakte is. Dat grenzen geen uitdaging zijn. Dat nee geen startschot is voor onderhandelingen. Dat je als jongen niet minder wordt van luisteren, zorgen, wachten, respecteren. Laat hem opgroeien tot een man die niet alleen “niet zo is”, maar die ook iets doet wanneer anderen wel zo zijn.

En dan is er mijn pasgeboren kleindochter. Nog zo klein dat de wereld haar voorlopig vooral bereikt in zachte dekentjes, flesjes melk, slaapjes en stemmen die lieve liedjes zingen. Maar ooit loopt zij naar buiten. Ooit fietst zij door een straat. Ooit gaat zij naar een feestje. Ooit wordt zij verliefd. Ooit vertrouwt zij iemand. En ik wil niet dat haar vrijheid tegen die tijd geleverd wordt met een veiligheidsinstructie. Niet: je mag alles worden, maar let wel op je drankje. Niet: je mag de wereld ontdekken, maar kijk wel even achterom. Niet: je mag liefhebben, maar controleer eerst of zijn jaloezie niet als romantiek is vermomd.

De angst van generaties vrouwen
Mijn verdriet is groot, maar mijn woede is groter. En ergens onder die woede ligt hoop; de rauwe hoop van mensen die zeggen: tot hier en niet verder. De hoop van vrouwen die elkaar naar huis appen en ondertussen blijven dromen van een wereld waarin dat appje ooit overbodig is. Van moeders die hun zoons vrouwvriendelijker opvoeden. Van vaders die hun dochters geloven. Van mannen die andere mannen aanspreken. Van rechters die taal scherp houden. Van journalisten die blijven graven. Van een klein jongetje dat mag leren dat echte kracht zacht kan zijn. En van een pasgeboren meisje dat niet de angst van generaties vrouwen hoeft te erven.